Stel, je runt een muziekstudio. Hoe stel je je dan op tegenover je klanten? Hoe kleed je je dan om mensen voor je in te nemen? Dat is toch anders dan bij een doorsnee kantoorbaan, vermoed ik. Peter Kanselaar vertelt me daar graag over, terwijl vriendin Judith op de achtergrond extra commentaar geeft. Haar interview ik ook, maar dat komt een volgende keer in een apart artikel aan bod.
Rockscene
Peter heeft verschillende soorten muzikanten over de vloer en doet vrijgezellenfeestjes. Per doelgroep en situatie past hij zich aan, want hij wil toegankelijk en benaderbaar zijn.

Peter heeft vooral een goede klik met rockmuzikanten, dus die heeft hij het meeste in huis. “Ontvang ik een rockband dan denk ik er zeker over na wat ik aan doe. Dat wordt dan een rock dingetje: zwarte, stoere kleding. Of een ruiten hemd met een shirt eronder met de naam van een rockband erop. Dan komen de ringen aan de vingers, er gaat altijd een oorbelletje in. Dat vind ik wel leuk. En dan mijn baardje, een lange sik. Gaat die los of doe ik een elastiek erin zodat de baard korter lijkt? Of wordt het een Viking ring die ik om de baard schuif? Vooral Metal Bands vinden dat laatste erg leuk. In ieder geval wil ik geen hippe dance-achtige uitstraling, met gekleurde schoentjes en zo, want dat kunnen rockmuzikanten écht niet waarderen. Maar kleed je je meer als one of the crew, dan word je beter geaccepteerd en je mening wordt gewaardeerd. Dat is goed voor de muzikanten, maar ook voor mezelf.”
Singer-songwriters
Dan zijn er singer-songwriters, mensen die zelf hun liedjes schrijven, inspelen en de rest van hun muziek willen aanvullen bij Peter. “Dan speel ik bijvoorbeeld een basgitaarlijntje erbij of een ander stuk wat nog ontbreekt. Die artiesten komen vaak terug. Dan maakt het niet uit hoe ik eruit zie. De eerste kennismaking is allang geweest en met die mensen heb ik intussen een persoonlijke band opgebouwd.”
Vrijgezellenfeestjes
Peter doet ook vrijgezellenfeestjes. Onder zijn toeziend oog gaat een groep in zijn studio zelf een nummer inzingen. Meestal is dat een jonger publiek, dus doet hij bijvoorbeeld een lekker gekleurd Hawaii shirt aan of een vrolijk shirt met een gek printje. Eventueel een hoedje erbij.

“Op zo’n moment ben je niet technisch bezig maar wil je de groep een leuke ervaring bezorgen. Je creëert een sfeertje. Ik draai muziek, zij gaan zingen. Ik zweep ze dan een beetje op, probeer ze ertoe te bewegen een solootje te zingen. Dan zeg ik bijvoorbeeld ‘Piet doe jij een kopstem’ Dan klinkt hij als een meisje, dat vinden ze gillen en met een beetje bier erbij, komen ze goed los. Mannen zijn wat gemakkelijker dan vrouwengroepen. Meisjes zijn vaker wat nerveuzer en vragen zich af “kom ik wel goed over”. Die durven minder snel.
Zo beweegt Peter zich tussen zijn drie verschillende doelgroepen.
Persoonlijke stijl is geëvolueerd
Oké, het is duidelijk, Peter denkt er goed over na hoe hij zich moet presenteren in verschillende situaties, maar wat is zijn eigen stijl? “Toch wel dat beetje ‘rockerige’, met dat baardje. Dat is dan een zwart shirt met een bandnaam erop en dan nog een shirt erover heen. Ik draag dan soms ook een bodywarmer, maar dan met rafels. Zo’n rockding. Ik zoek niet heel bewust kleuren bij elkaar, maar als ik dingen pas, zie ik wel of het klopt of niet. Ik let ook op accessoires (armbanden onder meer), zet wel eens een bijzondere bril op.”
Zijn kledingstijl is in de loop der jaren wel veranderd. Peter vertelt dat hij oorspronkelijk wat saaier was. “Ik was eerst met een partner die de mening was toegedaan “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” Ik vond die kleurige shirts wel leuk maar het werd tegengehouden. Op een gegeven moment heeft Judith ingegrepen.”
Judith en Peter zijn al jaren bevriend. Sterker, Peter is de huisvriend in het gezin van Judith (met man, vier kinderen en een kat) en hoort zowat bij het meubilair. “Ik heb een half jaar bij hen op de bank geslapen, toen ik ging scheiden en nog geen huis had. En dat is een beetje zo gebleven.” Hun vriendschap duurt al zeker tien jaar. “Ik heb de luiers nog verschoond”, voegt Peter toe.
Peter merkte dat Judith’s man Angelo en haar kinderen het ook leuk vonden als Peter zich kleurrijker ging kleden.
Spelen met een kaal hoofd
Judith heeft ook invloed gehad op zijn kapsel. “Ik was behoorlijk aan het kalen en Judith zei “scheer af, scheer af”. Ik vond dat ik dat niet kon maken tegenover mijn toenmalige partner. Na enig aarzelen heb ik dat toen toch gedaan. Nu sta ik elke vrijdag onder de douche het hoofd netjes kaal te scheren”, lacht hij.
En ja, met een kaal hoofd moest er meer gebeuren. Alles kwam toen tesamen: dat baardje, verschillende brillen (overigens niet op de foto). Peter verwijst naar mijn stuk over kaal worden, waaraan ik ook aan dat soort dingen refereer. Je verlegt de aandacht van het kale hoofd naar andere zaken. “In jouw blog suggereer je ook meer baardgroei of bakkebaarden, maar helaas heb ik geen baardgroei aan de zijkant en mijn sikje wordt ook niet langer. Het groeit gewoonweg niet verder. Ik kan heel jaloers zijn om mannen met die volle, lange baarden of grote bakkebaarden, maar dat zit er bij mij niet in.”
“Tja, en toen ging ik spelen met het baardje. Judith’s kinderen deden vroeger kraaltjes erin. Als ze de kans krijgen, gaan ze nu ook mijn baardje vlechten en nog steeds met kraaltjes versieren.”

Soms draagt Peter een hoedje, vooral als hij het theater ingaat. En in de zomer een pet met legerprint erop, vooral om te voorkomen dat hij verbrandt. Soms voldoet een pet niet omdat dan zijn oren verbanden, dan wordt het een bucket hat.
Het moet allemaal wel een beetje passen zo’n hoofddeksel, vindt hij: “Ik zie regelmatig artiesten op het toneel, gewoon in spijkerbroek en dan denkt zo’n gast ineens ‘ik moet nog jolig doen’ en zet dan zo’n hoedje op. Dat vind ik weer niks.”
Man in rok
Wordt Peter nog geïnspireerd door anderen? “Jazeker, ik ben wel eens jaloers op die gasten met grote baarden, die er dan weer kralen in doen en zo.” Sinds een jaar doet hij er wel Viking-ringen erin, met een zilveren oorbel die erbij past. “Dan ben je helemaal Vikingrock, zeg maar.” Peter wordt helemaal enthousiast.
“Op sommige rockfestivals dragen sommige mannen een kilt of een zwarte mannenrok, met riempjes en stoere zakken erop. Van die Viking-achtige gasten. Dat vind ik ook zo te gek. Toen heeft Judith er zo’n rok voor me besteld als verrassing. En weet je wat, ik vond het hélémaal niks. Ik vond het stom staan bij mij! Te witte beentjes. Misschien ben ik te ielig, Het staat beter bij een grotere, forse man. Die anderen staat het echt goed hè. Niet dat je denkt, wat hebben die mannen nou aan. En dat had ik bij mij wel. Ik was veel te veel een man in een rok.” Peter vind het heel spijtig.
Andere stijl, anders bewegen
We praten nog een beetje door over zijn basisstijl. Stoer, rock, iets frivools eroverheen als alles verder zwart is. Hij draagt het liefst katoen, linnen. Goede kwaliteit, vooral de stof van een broek moet zwaar en stevig aanvoelen, pasvorm graag een beetje wijd, en het kledingstuk moet netjes in elkaar zitten. Peter houdt zeker niet van die plastic stoffen.
Dan belanden we bij de schoenen. “Daar besteed ik eigenlijk amper aandacht aan”, vertelt Peter. “Wel vind ik het leuk om naar het theater van die slangenleren laarsjes aan te trekken. Je hoort me dan zo lekker lopen ‘tik-tak’, tik-tak’. Dat hoor je tegenwoordig niet veel meer met die sneakers. Je gaat ook anders lopen in dat soort schoenen. Hetzelfde gebeurt als je een pak aantrekt. Ook bij bepaalde sporten beweeg je je anders. Ik heb vroeger aan Japanse vechtsporten gedaan. Draag je bijvoorbeeld een Japanse Hakama, een soort broekrok, dan ga je anders lopen, meer schuivend. In een judopak ga je meer dartelen. Andere kleding, anders bewegen, ander gevoel. Als ik in rockkleding loop, dan voel ik me anders, een beetje lekker lomp. Hoef ik niet zo op te letten wat ik zeg en hoe ik doe. En hoe ik ruik”, lacht hij. “Als ik naar het theater ga, let ik toch meer op mijn houding. Onbewust word ik door mijn omgeving beïnvloed.”
Kortom: iedere gelegenheid vraagt een andere aanpak, ook in zijn vrije tijd let Peter daarop, bewust of onbewust. Voorop staat dat hij het heel belangrijk vindt om altijd toegankelijk en benaderbaar te zijn.