Daar zit hij dan, Arie van den Berg in een werkbroek, bedrukt met gekleurde blokken. Een spijkerbroek anders dan andere. Zo ziet hij het graag, een draai geven aan een gewone doordeweekse denim broek. Een spijkerbroek met een tweede leven.
Deze Rotterdammer was als tiener al in de ban van de spijkerbroek. Maar dan wel van een jeans die niet zo doorsnee zijn.

Opgelapte spijkerbroeken
“In de 70er jaren liepen mijn schoolgenoten allemaal in opgelapte broeken. Allemaal bewerkt door handige moeders en oma’s. Dat wilde ik ook, maar mijn moeder vond dat hélémaal niks. Zo armoedig! Maar toen ik een versleten kont had, ben ik zelf stiekem achter de naaimachine gekropen. Het verdiende niet de schoonheidsprijs, maar ik was de koning te rijk. Wel was ik als de dood dat ze de broek zou weggooien als ze hem in de wasmand vond. Maar nee, ze gedoogde de opgelapte broek.”
Tja, toen was het hek van de dam. Arie raakte besmet met het virus spijkerbroeken een tweede leven te geven. Je zou denken ‘wat duurzaam’, maar is dat het niet, want Arie bezit intussen heel veel opgeknapte broeken. “Het is zo leuk om te doen”, vertelt hij enthousiast.” Meestal koop ik tweedehandsbroeken. Op Marktplaats, op de rommelmarkt weet ik voor weinig geld een broek op de kop te tikken.”
Onderscheiden
Het begon ermee dat Arie zich wilde onderscheiden, geen eenheidsworst wilde zijn. Nou liep iedereen in de zeventiger jaren in opgelapte spijkerbroeken, dus zo bijzonder was het uiteindelijk toch niet. Toch zag Arie er anders uit, omdat hij de lappen erop varieerde in kleur en vorm. “Ik naaide ook gerust een boerenzakdoek erop. Als mensen er wat van zeiden, deerde me dat helemaal niet. Toen al niet”, lacht hij.

“Het idee van een opgelapte broek heb ik nooit meer losgelaten. Als leraar basisonderwijs paste ik me wel aan door wel in gewone denim te verschijnen. Als docent had ik toch een voorbeeldfunctie. {1990-2022). Later ben ik wel opgelapte jeans op school gaan dragen. Mijn collega’s en ouders van de kinderen vonden dat toch ook wel leuk. Mijn moeder was nog steeds ‘not amused’. Dus als ik haar thuis opzocht, trok ik uit respect voor haar een nette jeans aan.
Meer variatie
Arie repareert tegenwoordig veel gevarieerder dan in het verleden. Zijn voorkeur gaat uit naar broeken, “Ik doe wel eens een elleboogstuk op een jasje en zet wel eens een extra lap op een blouse, maar ik kom toch altijd weer uit bij de broeken. Je kunt meer spelen met de vormen. Niet alles hoeft recht, een ronde lap werkt ook goed. En dan de verschillende soorten materialen en prints: overhemden, lekker veel ruitjes. Bij het mixen van patronen zorg ik er wel voor dat de kleurtinten op elkaar afgestemd zijn. Het moet geen kakafonie worden. Ik heb ook wel eens postzakken erop genaaid of zeemleren lappen. En ja, leer vind ik ook een heel leuk materiaal. Maar daar heb je een speciale machine voor nodig. Dan schakel ik mijn kleermaker in, die dan bijvoorbeeld een leren zitvlak maakt.”
Een blauwe zee
Zijn kledingkast is een blauwe zee van spijkerbroeken met een tweede leven. Allemaal zijn ze anders opgeknapt. En zo nu en dan hangt er een lichtbruine tussen, zoals de broek die hij vandaag aanheeft.
Over deze broek gesproken. Een jaar geleden heeft Arie Diederik Verbakel ontdekt. Die zeefdrukt stoffen, met blokken en stippen. “Ik was zo weg van zijn stijl, dat ik een week later al een overall bij hem heb laten bedrukken. Intussen heb ik zes stuks laten bewerken. Op de aangegeven kleuren na, laat ik hem daar helemaal vrij in. Naast textiel doen Diederik en compagnon ook interieur en porselein.”
Naast spijkerbroeken met een tweede leven, is Arie ook een groot liefhebber van gekleurde shirts. Vandaag is dat een Mondriaan shirt, gecombineerd met dito sokken. Dat het bij elkaar past, vindt hij belangrijk. Ook schoenen horen daarbij; hij is een fan van Blundstone schoenen.

Hoe gaat hij te werk als hij zich klaarmaakt voor de dag?
Dol op werkkleding
Vaak bedenkt hij de avond ervoor wat hij de volgende dag wil dragen. Soms gaat er ’s nachts ook wel wat door zijn hoofd! De broek is de basis. Meestal een opgelapte denim, maar ook een gewone jeans komt voor. Daar kiest hij dan een overhemd of T-shirt bij; een jasje is ook belangrijk. Arie is dol op werkjasjes, vooral van die Franse bleu de travail. (favoriete merk is Le Mont Saint Michel Aries uit Bretagne.) Gemaakt van, moleskine katoen. Dat is heel dikke katoen, goed stug in het begin, maar door het veel te wassen wordt het zo zacht als een mollenvelletje. Werkkleding vindt hij prachtig. Hij kent Bonne Suits Amsterdam met de eigen versie van werkkleding, maar vindt 350 euro te duur voor een pak. “Ik maak dan liever mijn eigen versie voor 50 euro”, lacht hij.
Opvallende overhemden
Zijn overhemden zijn ook uitgesproken. Hij is een fan van o.a. het merk Wolff Blitz. Hij heeft er één met het beeld van de Rotterdamse Markthal en een shirt met de plattegrond van Rotterdam erop. Blouses met schilderijen van kunstenaars zoals Mucha en Klimt, draagt hij ook graag. “Mijn man is wat ingetogener dan ik qua broeken, maar hij pakt net zoals ik graag uit met de overhemden. We krijgen vaak wel bekijks als we over straat lopen. Dat kan ik wel waarderen”.
En verder qua styling. Waar let hij nog meer op?
Arie draagt alleen een hoofddeksel uit noodzaak, maar dan wel een denim exemplaar, bedrukt door Diederik Verbakel. Verder: armbanden, meestal in blauw, zijn lievelingskleur. Vaak van Pig en Hen.
Heeft hij er wel eens aan gedacht om zijn opgelapte spijkerbroeken te vercommercialiseren? “Ik doe wel eens wat voor anderen en een tijd lang heb ik voor een winkel in Zwolle broeken met een tweede leven gemaakt. Dat kwam op mijn pad. Maar het was teveel gedoe met de verzending. Dus daarmee ben ik gestopt.
Ik heb er nooit aan gedacht om dit als extra werk erbij te doen. Mijn werk als leraar op de basisschool was heel bevredigend, maar als ik het opnieuw kon doen, dan zou ik graag een baan in de denimwereld willen hebben. Iets in de mode, ontwerpen of in een atelier met andere mensen werken.”
Openlucht Museum Arnhem
Arie besluit met een leuk nieuwtje. Openlucht Museum in Arnhem opent binnenkort een tentoonstelling over mode vanaf 1950 en twee van zijn complete outfits worden geëxposeerd. Een opgelapte Levi´s 501 met denimblouse en ruitblouse HaVep, cowboylaarzen en Palladium denimschoenen.

De hiergenoemde producent van werkkleding HaVeP in Goirle heeft op hun hoofdkantoor een geschiedenismuur gemaakt. Van allerlei mensen in werkkleding. Ook Arie staat daar tussen in één van zijn bewerkte HaVeP werkbroeken.