Etiennette komt nog wel eens een man tegen, die wat van haar wil. Neem de een man die haar herkent als oud klasgenoot van toen ze ongeveer tien jaar oud waren. Vlak na dat gedoe met de erfenis en de hebberige huishoudster uit de kerk.
Poging één
Hij vindt het enig om haar weer te zien en ze wisselen telefoonnummers uit. Zij kan zich de man in kwestie totaal niet herinneren, maar vindt het prima elkaar weer eens te spreken. Dan begint hij haar te bellen, veel te bellen, en nog meer te bellen, op den duur zelfs elke dag. Wat eerst best leuk lijkt, ervaart ze op den duur als buitengewoon opdringerig. Hij probeert haar te verleiden met hem uit te gaan, leuke dingen te doen. In het begin is ze wel geflatteerd, maar ze komt er al snel achter dat hij de echtgenoot van de hebberige huishoudster is. Daar zit ze niet op te wachten. Telkens als zijn vrouw de deur uit is, belt hij haar stiekem. Hij weet natuurlijk dat hij fout zit en smeekt haar zijn vrouw niets over dit alles te vertellen.
Kennelijk heeft hij meer op zijn kerfstok, want weet je wat, zijn vrouw sluit hem op telkens op als ze het huis verlaat. Na een maand heeft ze genoeg van zijn dagelijkse telefoontjes en vertelt hem op te zouten.

Poging twee
Op een dag wordt ze gebeld door een man uit het dorp. Een man die ze regelmatig ziet, dezelfde man die zoveel drinkt; die alcoholist die ik op het avondje mosselen met frites tegenover me had zitten. De man is sinds enkele jaren weduwnaar en is altijd een stevige drinker geweest.
“E. ik heb een vraag aan je. Ik wil graag iets met je bespreken.” “Zeg het maar, wat kan ik voor je doen?” Hij valt met de deur in huis: “Wil je niet samen een paar worden?” Ze valt zowat van haar stoel. Het allerlaatste wat ze wil is met een alcoholist zijn, aan een man heeft ze sowieso geen behoefte, maar ze wil hem ook niet bruut voor het hoofd stoten. Dus zo en zo kwaad als het gaat, improviseert ze haar antwoord “Wat aardig dat je het vraagt, ik ben geflatteerd, maar ik wil echt geen relatie. Ik heb een druk en vol leven. Ik voel prima in mijn eentje.”
Er wordt nooit meer over dit voorstel gepraat en de man in kwestie drinkt vrolijk (?) door.